De huurwaarborg in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

De regels inzake de huurwaarborg zijn specifiek voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, sinds elk van de 3 Belgische Gewesten zijn eigen regels inzake woninghuur heeft aangenomen.

In het Brussels Gewest is de huisvestingscode van het Gewest van kracht sinds 1 januari 2018. Die gewestelijke regelgeving vervangt de federale wet die van kracht is op woninghuur.

De huisvestingscode van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

De wet die op federaal niveau in België van kracht is met betrekking tot woninghuur is de huurwet. De laatste update van die federale wet vond plaats bij de 14de editie in maart 2013.

De laatste jaren heeft elk Gewest zijn eigen gewestelijke regelgeving inzake woninghuur vastgesteld. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft een Huisvestingscode ingevoerd die vanaf 1 januari 2018 de federale wet op de woninghuur vervangt.

De huisvestingscode van het Brussels Gewest neemt grotendeels de hoofdlijnen en regels van de gewone 9-jarige huurovereenkomsten over uit de vroegere federale wetgeving.

Hoeveel bedraagt de huurwaarborg in Brussel?

Het maximumbedrag hangt af van het type huurwaarborg.

  • In het geval van een bankwaarborg die rechtstreeks of met de hulp van het OCMW wordt verkregen, moet het bedrag van de bankwaarborg gelijk zijn aan 3 maanden huur van het gehuurde goed;
  • In het geval van een huurwaarborg die op een geblokkeerde rekening wordt gevormd, bedraagt het aan de verhuurder verschuldigde bedrag maximaal 2 maanden huur in Brussel;
  • In het geval van andere types mogelijke waarborgen stelt de wet geen beginselen vast en laat die het akkoord van de partijen bij de overeenkomst vrij. In het Brussels Gewest is het echter gebruikelijk om maximaal 2 maanden huur in te houden in het kader van een waarborg verkregen via bijvoorbeeld een garant.

Wat zijn de hulpmiddelen om de huurwaarborg in Brussel samen te stellen?

Het Brussels Gewest biedt twee types hulpmiddelen aan om een huurwaarborg succesvol te vormen. Die oplossingen zijn toegankelijk voor mensen met een laag inkomen en de procedure om die te verkrijgen is anoniem om discriminatie tegen te gaan.

Hier zijn de twee mogelijkheden die het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aanbiedt:

De lening van het Woningfonds

Het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest biedt renteloze leningen aan in het kader van de samenstelling van een huurwaarborg. Die renteloze lening kan tot 100% van het bedrag van de huurwaarborg vertegenwoordigen. De renteloze lening wordt enkel toegekend als de aanvrager aan bepaalde inkomensvoorwaarden voldoet. Het doel van de lening van het Woningfonds is immers de meest hulpbehoevenden te helpen. Jongeren die niet meer dan 28.000 euro netto per jaar verdienen, komen in aanmerking voor een renteloze lening met een terugbetalingsperiode van 24 maanden.

Het BRUHWA-fonds

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest biedt ook een andere oplossing aan voor mensen die een lening over 24 maanden niet kunnen terugbetalen: het BRUHWA-fonds. Dat solidariteitsfonds stort de huurwaarborg op een bankrekening op naam van de huurder.

De huurder verbindt zich ertoe het BRUHWA-fonds maandelijks terug te betalen tot een grensbedrag tussen 5 en 30 euro. De huurder kan ook een beroep doen op het OCMW, waarvan hij afhankelijk is, om zijn waarborgverbintenis bij BRUHWA te bekomen en dus niets terug te betalen tijdens de duur van de huurovereenkomst.